top of page

Schrijven helpt je te zien wat er beweegt. Niet om het goed of fout te doen, maar om op te merken wat er in je leeft. Deze opdracht begeleidt je door vier thema's: beweging, richting, energie en dankbaarheid.

Neem er 15 tot 20 minuten voor.

Een rustige plek.

Een pen.

En eerlijkheid naar jezelf.

zeep groen 1.jpg

Neem aan het eind van de dag 15 tot 20 minuten de tijd om te schrijven.

Geef daarbij antwoord op de volgende vier vragen:

1. Beweging.

Waardoor of waarvan kwam ik vandaag in beweging of waardoor raakte ik juist 'verlamd'?

2. Richting.

In welke richting toonde ik vandaag interesse. Was er iets specifeks wat mijn aandacht trok? Bijvoorbeeld iets in een etalage of een artikel in de krant. Was er sprake van een focus of gingen mijn gedachten alle kanten op? Werd de interesse gestuurd vanuit mijn gedachte of speelde mijn gevoel (emotie) of juist mijn fysieke gewaarwording (bijvoorbeeld een brok in de keel) een rol?

3. Energie.

Waardoor kreeg ik vandaag (plotseling) energie? Waardoor verdween mijn energie?

4. Dankbaarheid.

Ik tel mijn zegeningen. Waar ben ik dankbaar voor? Ik kijk naar mogelijkheden en richt mijn aandacht op dat wat er is en niet op dat wat er (nog) niet is of wat is of wat is geweest. Waar word ik blij van? Waar ben ik trots op? Hoe meer aandacht voor positieve gevoelens, hoe minder negatieve gedachten en patronen de ruimte krijgen. Dat wat ik aandacht geef, groeit.

Morgen beginnen de sapdagen. Wat je vandaag hebt opgeschreven, mag je meenemen.

bottom of page